top of page
Zoeken

Naast iemand staan

  • demenszienvoordeme
  • 6 jan
  • 2 minuten om te lezen

Gisteravond om 20.15 kwam ik mevrouw op de gang tegen. Ze wilde naar huis, naar buiten. Mevrouw liep naar mij toe en vroeg voor hulp.

Mw. had een briefje in haar hand met de tekst van een bestemming.

Ze zei dat ze daar naartoe moest bellen, ze vroeg mij of ik het telefoonnummer had.

Niet oriënteren - door het telefoonnummer op te schrijven.

Erkennen:

'Je wilt graag bellen? Wil je mij vertellen waarom je wilt bellen, Annie?'.

'Ja, mijn zus Leentje Janssen is daar en ik wil haar graag hier naartoe halen. Mijn ouders, en die zijn al heel oud, die maken zich zorgen om haar'.

'Je ouders maken zich zorgen maar volgens mij jij ook, Annie. Tenminste het lijkt dat je je zorgen maakt'.

'Je moest eens weten hoe ik aan het bibberen ben'. Ik zie tranen in haar ogen staan.

Ik ben stil en wrijf met mijn hand over haar rug.

Ik stel haar open en verkennende vragen over haar zus. De kracht van een mens met Alzheimer ligt in het verleden, niet in het heden.

'Is er een reden voor dat je ouders je altijd veel zorgen over Leentje hebben gemaakt? Heeft ze iets meegemaakt?'

'Ja, ze is 2x gescheiden en haar kindje is doodgegaan'.

Mw. raakt emotioneel. Ik herformuleer hetgeen zij zegt en ik troost haar door over haar rug te wrijven.

(Mensen met Alzheimer zijn heel gevoelig voor empathie).

Ze laat dit ook toe en legt haar hoofd op mijn schouder.

Niet oplossen

Niet negeren

Niet oriënteren

Maar stil zijn en ruimte geven om haar emoties te uiten

Ik vraag of ze mij vertrouwt. Ze antwoordt 'Ja'. Ik vraag of ze met mij mee wilt lopen, samen lopen we naar haar appartement.

Eenmaal op etage 1 pakt ze haar sleutel die om haar nek hangt en opent ze haar deur.

Ze herkent de meubels en de geur van nicotine die ze ook jaren heeft geroken in haar huis.

Samen zitten we even op de bank. Mw. blijft druk met de gedachten dat ze haar zus moet zien te bereiken.

'Volgens mij hadden jij en Leentje altijd een goede band, toch?'.

'Dat hebben we zeker altijd gehad. Ik vraag mij nu wel af hoe ik hier ben gekomen. Hoe ben ik hier gekomen?'.

Niet oriënteren - Door uit te leggen hoe ze in de realiteit hier is gekomen.

Maar

Herformuleren en erkennen - 'Je vraagt je af hoe je hier bent gekomen? Wat naar voor je dat je dat niet weet, Annie'.

Want ik ben een medemens, geen medewerker.

Er is geen oplossing. Je moet het ook niet willen oplossen. Geef haar het gevoel dat jij er voor haar bent, als medemens. Hoor en zie haar.

Ik heb afgesloten met de woorden 'Ik hoop voor je, Annie, dat je vanavond nog even kunt relaxen met een wijntje en sigaretje. Ik vond het fijn je ontmoet te hebben. Wat ben jij een lieve vrouw'.

'Jij bent ook een schat. Wat fijn dat je mij geholpen hebt!'

Mevrouw liet mij buiten en sloot van binnen haar appartement. 'Ik blijf vanavond fijn hier zegt ze. Het is te donker en te laat om nu nog te gaan. Hier heb ik het ook goed'.

Carola van Wanrooij

Coach Dementie

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven
Zie De Mens

Mevrouw Berkens had Alzheimer en kwam te wonen op de afdeling waar ik toen werkte. Truus was beter. Truus maakt het persoonlijker. En dat...

 
 
 
Waarom een vreemde vreemd blijft

Iemand met dementie die jouw geboden zorg weigert, jouw medicatie weigert, jou weigert doet dat niet om persoonlijke reden. Het heeft met...

 
 
 
Stilte in het verpleeghuis? FABEL!

𝑶𝒏𝒛𝒆 𝒉𝒆𝒓𝒔𝒆𝒏𝒆𝒏 𝒃𝒆𝒔𝒕𝒂𝒂𝒏 𝒖𝒊𝒕 4 𝒍𝒂𝒈𝒆𝒏 (1 𝒕/𝒎 4) 𝑴𝒆𝒏𝒔𝒆𝒏 𝒎𝒆𝒕 𝒅𝒆𝒎𝒆𝒏𝒕𝒊𝒆 𝒈𝒂𝒂𝒏 𝒎𝒆𝒕 𝒏𝒂𝒎𝒆...

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page